paardendomein-logo

Het Friese Paard

Nanet van Duijn Categorie Paardenrassen, Fokkerij 22 november 2015

Het Friese Paard
Op filmsets en in boeken is het Friese paard geen onbekende. In “The return of Zorro” was een Friese hengst het paard van de charmante bandiet en in Clash of the Titans speelden twee Friezen het gevleugelde paard Pegasus. Hoewel een Fries geen vleugels heeft is het zeker een bijzonder paard te noemen.
Zijn uitstraling en karakter hebben hem fans over de hele wereld opgeleverd. Wereldwijd zijn er op dit moment zo’n zestigduizend Friezen. Dat lijkt misschien niet zo heel veel maar als je bedenkt dat het ras twee keer bijna uitgestorven was, is het een mooie prestatie van het stamboek.

Eeuwenlange waardering

De geschiedenis van het Friese paard gaat ver terug in de tijd. De Romeinen konden de paarden van de toenmalige Friese bevolking al waarderen. Door de eeuwen heen is het type ongeveer het zelfde gebleven. Een barok ogend paard met veel knieactie en veel behang. De Spaanse veroveraars van de Tachtigjarige Oorlog brachten Iberische paarden mee die goed pasten bij het type van de Fries. Kruisingen leverden nakomelingen op die het Friese ras verbeterden. Stoere elegantie en sierlijkheid gecombineerd met een mak maar levendig karakter, dat is waar de Fries vandaag de dag nog bekend om is.

Na de Tachtigjarige Oorlog brak een tijd van welvaren aan. Geen veldslagen meer, het paard werd van strijdros een luxepaard. De Barokke periode van de 17e eeuw tot de eerste helft van de 18e eeuw was ook de periode dat paardrijden Rijkunst werd. François Robichon de La Guérinière was de grootmeester op dit gebied. De paarden die gebruikt werden voor deze Rijkunst waren wat we nu Barokke paarden noemen. Andalusiers, Lusitano’s, Lipizzaners, Knabstruppers en Friezen. De Fries werd in dit rijtje gezien als een licht rijpaard. Op schilderijen uit de barokke periode is zichtbaar wat een mooi paard was in de barokke tijd. Een machtige hals, brede schouderpartij en een stel flinke billen werden op prijs gesteld. Uiteraard met lange manen en staart voor de weelderige look.

Van de drafbaan naar de slagerFries Paard kersenfestival2014 Paardendomein

De lange weelderige manen en staart heeft de Fries zeker wel, de rest van de uiterlijke kenmerken van 
deze toch wel zware barokke paarden zijn minder aanwezig bij de Fries. De Fries werd behalve als rijpaard voor de adel gebruikt als koetspaard. Veel Friese boeren hadden een Fries op stal om op zondag voor de sjees te spannen en zo comfortabel naar de kerk te rijden. Harddraverijen waren een geliefde sport voor paardenbezitters en de Fries was een prima draver. Zo goed zelfs dat de Russische graaf Orlov er een aantal aankocht om zijn Orlov draver mee te verbeteren. Voor de landbouw werden zware Groningse paarden gebruikt, traag maar sterk voor de ploeg. De boerenstand, ook in Friesland, kende een jarenlange bloeitijd tot rond 1875 de grote agrarische crisis Europa trof. In sneltreinvaart werden rijke boeren gereduceerd tot keuterboertjes. De luxe Fries voor de sjees was een van de eerste zaken die van het erf verdwenen. Veel Friese paarden verdwenen eenvoudig naar de slager. Er was geen markt voor. De Fries was een luxe paard, een danser die geen ploeg kon trekken. De zware Groninger bleef wel, die kon voor de ploeg en voor de kar om naar de kerk te gaan.

Stamboek voor Friezen

Gelukkig waren er een aantal Friese boeren die de teloorgang van hun geliefde Friese paard niet konden aanzien. De koppen gingen bij elkaar en er werd een Fries stamboek opgericht. In alle uithoeken werden de laatst overgebleven Friezen opgespoord en er kwam een fokprogramma om het ras te behouden. Om de overlevingskans zo groot mogelijk te maken was het fokprogramma gericht op landbouw en niet op snelheid. De elegante Fries van voor de sjees moest een ploeg gaan trekken en in een paar generaties werd de Fries een gedrongen paard met een steile schouder, korte benen en veel meer massa. Begin 1900 was dit het Friese paard geworden. Het mooie hoofd en het vele behang bleven, evenals het karakter, in deze periode werd ook besloten om voortaan alleen nog maar zwarte paarden te fokken. Voordien waren er kastanjebruinen, bruinen en vossen onder het Friese paarden bestand. Langzaam maar zeker kwam het ras er weer boven op en ging de crisis voorbij. De Fries was voortaan echter een landbouwpaard. Weliswaar lichtergebouwd dan de Groninger of de Belg, maar geschikt voor gebruik op het land. Voor de sjees gingen ze ook nog wel, maar niet meer als harddravers.

Recreatieruiters

Halverwege de 20e eeuw was er in plaats van een crisis sprake van een revolutie. De tractor werd gemeengoed en verdrong op veel boerenerven het paard. Ook in Friesland kwam de slager weer langs om de paarden op te halen. Voor het Friese paard weer een zware periode. Weer werd het aantal teruggebracht naar een handvol hengsten en merries die door een paar fanatieke fokkers ingezet werden om het ras wederom te redden. Nu kwam de redding echter uit een andere hoek. Recratieruiters ontdekten de zwarte parels uit Friesland. Mooi om te zien, niet al te groot en met een fijn karakter beantwoordde de Fries aan de wensen van ruiters die een fijn gezinspaard zochten. Mennen, rijden, buitenritten maken, de Fries vindt het allemaal leuk om te doen.

Rijpaard van allure

Als mensen nu praten over het ouderwetse type van de Fries bedoelen ze dit recreatiepaard. Zwaar van bouw en gelijkmoedig van karakter, het resultaat van de reddingsmanoeuvre ten tijde van de landbouwcrisis. De Fries wordt zelfs uitgemaakt voor koudbloed, terwijl dat absoluut niet past bij deze danser. Het werkelijke oude type is tegenwoordig weer te bewonderen op dressuurterreinen. Van zwaar en kortbenig weer naar hoog op de benen en elegant, het Friese stamboek heeft weer ingespeeld op de trend in ruiterland. Steeds meer mensen gingen op wedstrijd met hun zwarte schoonheid en zelfs de jury’s raakten overtuigd van de talenten van dit veelzijdige paard. Prestaties op Grand Prix niveau zijn geen zeldzaamheid, hoe kan het ook anders: de Fries is al eeuwenlang een rijpaard van allure.

Over de auteur

Nanet van Duijn

Nanet van Duijn

Algemeen

Nanet van Duijn is 50 jaar, woont in Westzaan met man en twee kinderen. Werken in de paarden en dan vooral lesgeven was haar grote droom. Werken in de paarden bleek helaas vooral poep scheppen in te houden. Lesgeven is nog steeds een van haar grootste hobby´s. Ruiters leren luisteren naar het paard is een van de mooiste dingen van het lesgeven.

Ruben de Lipizzaner is meer dan 15 jaar een vast gegeven in haar leven geweest en zorgde naast rijplezier voor veel denkwerk over dat rijden en over paarden. Gevoelig en eerlijk als hij was had hij zijn eigen mening over hoe een ruiter dient te rijden.

Een paard is de beste instructeur die een ruiter zich kan wensen, als die ruiter maar wil luisteren naar zijn paard. Paardrijden is moeilijker dan het lijkt, maar simpeler dan je denkt!

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast

Adverteren

Advertentiemogelijkheden, klik hier

- Adressen, Banners, Vermeldingen

Contact

Algemeen: info@paardendomein.nl

Redactie: redactie@paardendomein.nl

Adverteren: adverteren@paardendomein.nl

Bedrijfsgegevens: Contact

Volg ons op: